Stress

Spanningsklachten

Onvrede

Het ‘weten’ zit niet in het denken, het ‘weten’ zit in het lichaam… of daar voorbij…
Het ‘weten’ zit niet in het denken, het ‘weten’ zit in het lichaam… of daar voorbij…

In een vorige blog schreef ik dat we voor oplossingen of het vinden van de juiste veranderingen niet te veel moeten verwachten van onze gedachten. Gedachten zijn immers vluchtig, ongrijpbaar en onbetrouwbaar.

Toch kunnen we niet zonder gedachten.

Al zouden we nog zo hard ons best doen, met meditaties en mindfulness, het is onmogelijk om niet te denken.

En zonder gedachten zouden we ook verloren zijn. Dan kunnen we simpel gezegd de wereld om ons heen en binnen in ons niet bevatten en niet of nauwelijks functioneren.
We zouden niet kunnen communiceren, geen praktische taken uitvoeren en geen plannen maken.
We zouden onze ervaringen, gevoelens en verlangens niet kunnen begrijpen, laat staan uitdrukken, tegenover anderen, maar zelfs niet voor onszelf.

Om te leven én dus ook binnen coaching zijn gedachten onontbeerlijk.

Maar hoe gaan we dan met onze gedachten om?

Gedachten die over praktische zaken gaan, die ons helpen om van A naar B te gaan of een maaltijd klaar te maken, daar hebben we geen problemen mee. We hoeven daar niet ‘mee om te gaan’.
Ook gedachten, in woorden gegoten, waarmee we anderen uitleggen hoe ze van A naar B komen roepen meestal geen grote vraagtekens op over de waarachtigheid ervan.

Dat wordt al meteen een stuk lastiger als we een ander proberen te vertellen wat we van de maaltijd vonden, zeker als die ander de maaltijd heeft klaargemaakt en wij hem niet zo lekker vonden. We hebben daar allerlei gedachten over.
We vragen ons misschien af of we wel zo negatief mogen zijn. Die ander heeft zich toch voor ons staan uitsloven? En kunnen wij dan zo goed koken? Of misschien verlaagt dat voor ons juist de drempel om die ander eens te eten te vragen. Wij koken in ieder geval beter dan dit. Of was dit een toevalstreffer, een pechgeval?
En dan nog: moeten we dit wel uitspreken? Kan die ander dat aan? Kunnen we deze prille vriendschap dan niet meteen gedag zeggen?

Naar welke gedachten zullen we luisteren en welke kunnen we negeren? Hoe komen we er zelfs in dit simpele voorbeeld achter welke waarachtig de onze zijn en welke aangeleerd, van horen zeggen?

Gek genoeg, door te voelen.

Stel je hebt een keuze: ga ik verhuizen of blijf ik hier? Grote keuze met flinke gevolgen. Maar ook een simpele keuze: dit of dat?
Wat we gewend zijn te doen is de vraag honderdduizend keer laten rondtollen in ons hoofd, alle voors en tegens afwegen. Als we sterk georganiseerde types zijn, maken we misschien zelfs lijstjes met voors en tegens en kennen we waarden toe aan de verschillende elementen op de lijst. Hoe vergelijken we namelijk de afstand tot onze vrienden en familie tot het wel of niet hebben van een tuin? Maar hoe besluiten we waarschijnlijk uiteindelijk? Op ons gevoel.

Dus zeg ik: laat dat hele denken en lijstjes maken maar achterwege en ga voelen.

Stel je voor dat jij daadwerkelijk voor die keuze van verhuizen of niet staat. Doe dan eens het volgende experiment:

Ga zitten en stel je voor hoe het zou zijn als je bent verhuisd. Stel het je zo levendig mogelijk voor, alle aspecten, het huis, de omgeving, de sociale omgeving, wat je aan het doen bent, hoe je vrienden op bezoek krijgt, hoe je naar je werk reist, hoe je kinderen spelen en naar school gaan, tot aan waar je de hond uitlaat. Alles wat je je kunt bedenken. Fantaseer er lekker op los. Neem er gerust de tijd voor als dat nodig is.
En terwijl je zo bezig bent, als je al een flink eind op dreef bent, vraag je dan eens af hoe je je voelt.

Voel je je vrij, blij, opgelucht, energiek? Heb je er zin in? Waar heb je dan precies zin in? Wat maakt je zo blij en vrij en energiek?

Of krijg je een knoop in je maag, een benauwd gevoel op de borst? Misschien merk je zelfs wel dat je het je niet goed lukt om die fantasie af te maken, omdat je steeds in de bezwaren schiet.

Hetzelfde kan je doen met de keuze van niet-verhuizen. Welke gevoelens roept dat bij je op?

En natuurlijk is het niet zo simpel.

Zelfs zo’n simpele vraag is niet alleen maar dit of dat. Het is ook nog waarheen, hoe, met wie en wanneer. En niet te vergeten: hebben we genoeg geld.
En als we aan tafel zitten met die ander die die maaltijd heeft gemaakt die we niet zo lekker vonden, dan is de vraag ook al ingewikkelder dan ‘zeg ik het wel, of zeg ik het niet’. Bovendien hebben we geen gelegenheid om eens lekker te gaan fantaseren over de ene en de andere optie.

Toch is voelen het begin. En wat is daar op tegen?

In de westerse maatschappij is het voelen nogal op de achtergrond geraakt. Het denken staat op de eerste plaats. Zowel problemen als oplossingen moeten bewezen en aangetoond worden. En bewijzen en aantonen doen we over het algemeen met uitgebreide analyses en redeneringen. Met zeggen dat we iets zo voelen, overtuigen we vrijwel niemand.

Ook onze persoonlijke grote en kleine keuzes denken we te moeten verantwoorden. We moeten verklaren waarom we iets doen of laten. Vaak zelfs aan mensen die er niets mee te maken hebben. En laten we eerlijk zijn, zelfs in onze eigen binnenwereld gaan er bij de meesten van ons hele debatten aan vooraf. We ‘mogen’ ergens voor kiezen als we onszelf daarvan kunnen overtuigen. Dat wil zeggen: als we meer gedachten hebben die ‘vóór’ stemmen dan ‘tegen’.

Dus lijken we weer vast te zitten aan die vluchtige, ongrijpbare en onbetrouwbare gedachten.

Het gevoel wordt vaak als soft, onbetrouwbaar en zelfs als zweverig bestempeld. Daar willen de meeste van ons niet mee geassocieerd worden. Het verstand, de ratio, daar kunnen we mee aankomen. Maar zijn gevoelens, emoties, de sensaties in je lichaam echt onbetrouwbaarder dan gedachten?

Als we naar het poppetje hiernaast kijken, dan zien we meteen dat er iets niet klopt. Er is in eerste instantie een ‘weten’ zonder woorden, zonder gedachten. We voelen het op onze klompen aan. In tweede instantie pas gaan we denken. Wat klopt er nu precies niet?
Maar als we het nu niet onder woorden zouden kunnen brengen, zou ons gevoel dan onjuist zijn?

Natuurlijk, onze emoties schieten ook alle kanten op.

We staan opgewekt op en hebben zin in de dag en zonder dat we er erg in hebben, zitten we ‘s middags ineens in een dip. Ook niet erg betrouwbaar.

En toch zeg ik: We hebben meer aan emoties dan aan gedachten. Of liever nog: We moeten voelen met denken combineren.

Kijk nog eens naar de oefening met de keuze voor verhuizen of niet. We toetsen in die oefening in wezen de gedachte “ik ga verhuizen” door naar de emoties en gevoelens te kijken die die gedachte oproept.

  • Krijgen we energie, slaat ons hoofd op hol in ideeën over de inrichting, kunnen we al haast niet meer stil blijven zitten omdat we al op opknappen en inpakken staan? Kortom worden we blij en beginnen we te bruisen? Dan lijkt het er sterk op dat dit is wat we willen.
  • Krijgen we het daarentegen benauwd, wordt het ons zwaar te moede, gaan onze schouders hangen of trekken we ze juist naar onze oren, hebben we acuut een knoop in de maag? Allemaal tekenen die wijzen op “nee, dat wil ik niet”.

Zo simpel is het helaas niet.

Soms trouwens wel. Soms ‘weten’ we dan gewoon precies wat we willen en hoeven we geen verder onderzoek te plegen. Maar vaak helaas niet.
Vaak is een nader onderzoek naar de opgeroepen emoties nodig. Want alle emoties (ook de positieve, hoewel wat minder vaak) kunnen worden veroorzaakt door oneigenlijke gedachten, gedachten die niet in oorsprong van ons zijn.

Zo kunnen we het bijvoorbeeld benauwd krijgen doordat we het prima naar onze zin hebben waar we nu wonen en daar niet vandaan willen. Dat is duidelijk.
We kunnen het ook benauwd krijgen doordat we bang zijn dat we in de nieuwe buurt niemand zullen leren kennen. “Daar is het ‘ons-kent-ons’ en laten ze vast geen vreemden toe, zeker niet zo’n raar iemand als ik.”
Of we denken dat onze vrienden het heel truttig vinden dat we in een rijtjeshuis gaan wonen, of juist raar dat we in een grote stad willen gaan wonen in een klein appartement op de achtste verdieping. En misschien zijn we wel bang dat ze dan niet meer langs zullen komen of achter onze rug met elkaar over ons zullen spreken.

Het is dus een combinatie van voelen en denken.

Begin met de gedachte "dit ga ik doen" en onderzoek wat dat in je teweeg brengt. 
Onderzoek zowel de emoties als de gedachten die worden opgeroepen.
Ga niet met de gedachten mee, merk ze alleen op. 

Laat het allemaal gebeuren. 
Forceer geen antwoord op je vraag. Misschien krijg je die niet een, twee, drie.
Zoek niet naar oplossingen of quick fixes.
De inzichten over wat je wel of niet wilt en waarom je iets wel of niet wilt, komen vanzelf. 
Misschien een paar dagen later als je onder de douche staat.

En heel belangrijk: vind niets gek van jezelf.  Je mag alles denken, voelen en alles willen.

Als we bij iemand aan tafel zitten die tamelijk onsmakelijk heeft gekookt, dan lukt zoiets niet, daar op dat moment. Maar als we dit achteraf doen, en met enige regelmaat met grote en kleine keuzes, dan zal dit steeds vaker vanzelf gaan. Tot het op een dag vrijwel automatisch gaat.

Het kan ook voorkomen dat we duidelijk gaan voelen dat we wel heel graag willen verhuizen, maar dat we het risico niet durven nemen. Dat we niet in staat zijn om over onze gedachten heen te stappen, of zelfs maar te kijken.
Dan is het belangrijk om deze gedachten aan een nader onderzoek te onderwerpen.

En zoals je weet: zowel met oefenen met ‘denken, voelen en willen’ als met het nader onderzoeken van erg hardnekkige gedachten kan ik je zeker helpen.

0 Comments

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *